Spring naar inhoud

Jaarrekening

4.1 Balans per 31 december 2025

(na resultaatbestemming)

  Ref. 31-dec-25 31-dec-24
    € 1.000 € 1.000
ACTIVA      
       
Vaste activa      
Materiële vaste activa 1 56.387 53.601
Totaal vaste activa   56.387 53.601
       
Vlottende activa      
Voorraden 2 40 49
Vorderingen 3 3.144 3.716
Liquide middelen 4 17.516 12.732
Totaal vlottende activa   20.700 16.497
       
Totaal activa   77.087 70.098
       
       
       
PASSIVA      
       
Eigen vermogen 5    
Bestemmingsfonds   21.964 19.949
Bestemmingsreserve herhuisvesting   4.500 2.200
Overige reserve   257 257
Totaal eigen vermogen   26.721 22.406
       
Voorzieningen 6 1.682 1.526
       
Langlopende schulden (nog voor meer dan 1 jaar) 7 18.516 20.604
       
Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) 8 30.168 25.562
       
Totaal passiva   77.087 70.098

4.2 Winst- en verliesrekening over 2025

  Ref. 2025   2024
    € 1.000   € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening 9      
Wet langdurige zorg   123.002   114.926
Zorgverzekeringswet   8   7
Subsidie op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies of door het Zorginstituut op grond van de Wet langdurig zorg   1.198   1.359
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg   8   25
Baten uit onderaanneming   609   862
Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening 10 3.679   3.790
Netto omzet   128.504   120.969
Overige bedrijfsopbrengsten na netto-omzet 11 1.406   2.418
Som der bedrijfsopbrengsten   129.910   123.387
         
BEDRIJFSLASTEN        
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 12 6.539   5.902
Lonen en salarissen 13 68.510   64.179
Sociale lasten   11.987   11.034
Pensioenlasten   5.997   5.718
Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa 14 5.171   5.635
Overige bedrijfskosten 15 26.940   26.146
Som der bedrijfslasten   125.144   118.614
         
Bedrijfsresultaat   4.766   4.773
         
Rentelasten en soortgelijke kosten 16 451   519
RESULTAAT BOEKJAAR   4.315   4.254
         
Resultaatbestemming        
Bestemmingsreserve herhuisvesting   2.300   2.200
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten   2.015   2.054
    4.315   4.254

4.3 Kasstroomoverzicht

  Ref.   2025   2024
      € 1.000   € 1.000
Kasstroom uit operationele activiteiten          
Bedrijfsresultaat     4.766   4.773
Aanpassingen voor:          
- afschrijvingen en overige waardeverminderingen 1 5.171   5.635  
- mutaties voorzieningen 6 156   92  
      5.327   5.727
Veranderingen in werkkapitaal:          
- voorraden 2 9   -1  
- vorderingen 3 572   -558  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan kredietinstellingen) 8 479   603  
      1.060   44
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     11.153   10.544
           
Betaalde interest 16 -596   -625  
Ontvangen interest 16 145   106  
      -451   -519
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     10.702   10.025
           
Investeringen materiële vaste activa 1 -8.554   -4.743  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 598   138  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -7.956   -4.605
           
Nieuw opgenomen leningen / investeringskrediet 7/8 4.063   499  
Aflossing langlopende schulden / investeringskrediet 7/8 -2.025   -2.000  
Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten     2.038   -1.501
           
Mutatie geldmiddelen     4.784   3.919
           
Recapitulatie          
Stand geldmiddelen per 1 januari     12.732   8.813
Stand geldmiddelen per 31 december     17.516   12.732
Mutatie geldmiddelen in het boekjaar     4.784   3.919

4.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Algemene gegevens
Stichting Vanboeijen is statutair en feitelijk gevestigd te Assen, op het adres Borgstee 11. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41186587. De belangrijkste activiteiten zijn het zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke handicap.

Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de regeling openbare jaarverantwoording WMG (RojW). De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 BW2 -voor zover deze volgens deze regeling van toepassing zijn- en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de jaarverslaggeving. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. 

Continuïteitsveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. 

Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva
Tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen worden activa en passiva opgenomen tegen kostprijs. Toelichtingen op posten in de balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Vanboeijen zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans op genomen activa. 

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en waarvan de omvang van het bedrag betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen. 

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, niet op voordelen en risico’s waarvan die redelijkerwijs niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Algemeen
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico's met betrekking tot handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper. 

Presentatie en functionele valuta
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van Vanboeijen. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van oordelen en schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Vanboeijen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten en houdt geen handelsportefeuille aan.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien financiële instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de winst- en verliesrekening, tenzij hierna anders beschreven.

Overige vorderingen
Overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met eventueel ontvangen subsidies, de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Als investeringssubsidies zijn ontvangen worden deze toegelicht bij het MVA verloopoverzicht. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde van de individuele activa. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling, bij afstoting of volledige afschrijving. Afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de toelichting 4.5.4 mutatie overzicht vaste activa.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last aangemerkt in de winst- en verliesrekening. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van het desbetreffende actief niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepalend zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Vorderingen en schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot Wlz
Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget. De waardering is beschreven onder Financiële instrumenten.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekeningcourantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen
Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen het bestemmingsfonds, bestemmingsreserve herhuisvesting en overige reserves. Het bestemmingsfonds is een reserve waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. De bestemmingsreserve herhuisvesting en overige reserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. 

Aanwending van bestemmingsfonds, bestemmingsreserve herhuisvesting en overige reserves
Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsfonds, bestemmingsreserve herhuisvesting en overige reserves worden in de winst- en verliesrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve of fonds gebracht. Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Rechten en verplichtingen voortvloeiend uit eenzelfde overeenkomst worden niet in de balans opgenomen indien en voor zover noch de vennootschap noch de tegenpartij heeft gepresteerd. Opname in de balans geschiedt wanneer de nog te ontvangen respectievelijk te leveren prestatie en tegenprestatie niet (meer) met elkaar in evenwicht zijn en dit voor de vennootschap nadelige gevolgen heeft. 

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde (wordt) worden vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde indien de tijdswaarde van het geld niet materieel is of de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt maximaal een jaar is.

Voorziening verzuim
De voorziening verzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. De voorziening wordt berekend over medewerkers waarvan de verwachting is dat deze niet terugkeren. Oftewel, waarbij de kans groter wordt geacht dat zij (gedeeltelijk) ziek uit dienst gaan dan dat zij herstellen. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten).

Voorziening jubileumverplichtingen
De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De jubileumvoorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De disconteringsvoet is 3,2%, betreft de rentevoet waarmee toekomstige cashflows worden teruggerekend naar hun huidige waarde.  Voorgaand jaar was de disconteringsvoet 5,03%. 

Voorziening afbouw carrière 
De voorziening afbouw carriére (vitaliteitsregeling) betreft een voorziening voor toekomstige uitkeringen uit hoofde van de regeling waarbij het recht bestaat op doorbetaalde afwezigheid voor een deel van de arbeidstijd. Er wordt alleen een voorziening getroffen voor vitaliteitsregelingen waarvoor sprake is van opbouw van rechten. De beoordeling of voor de vitaliteitsregeling sprake is van opbouw van rechten vindt plaats op basis van de economische realiteit van de regeling, primair op basis van de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om van de regeling gebruik te kunnen maken. De voorziening wordt opgebouwd over de periode waarvoor de rechten wordt opgebouwd, in beginsel de periode van een dienstjareneis. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd.

Schulden

De waardering van de langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd financiële instrumenten. De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd financiële instrumenten.

Grondslagen van opbrengstverantwoording

Segmentering
In de jaarrekening is geen nadere segmentatie van de winst- en verliesrekening opgemaakt aangezien Vanboeijen alleen in het segment gehandicaptenzorg actief is.

Overige bedrijfsopbrengsten
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit opbrengsten anders dan uit zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning en subsidies. De overige opbrengsten kunnen worden verdeeld in opbrengsten voor het leveren van goederen en opbrengsten voor het leveren van diensten. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijkste rechten en risico's met betrekking tot de eigendom van de  goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden na rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. 

Huuropbrengsten
Huuropbrengsten uit niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële vaste activa worden lineair in de winst- en verliesrekening opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten verwerkt.

Subsidies
Subsidies worden ten gunste van de winst- en verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruit ontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten voor de inzet van personeel niet in loondienst worden toegerekend aan de periode wanneer het personeel is ingehuurd. Dit geldt eveneens voor de kosten voor uitbesteding van zorgprestaties aan onderaannemers. 

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers, respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Vanboeijen.  

Voor de beloningen met opbouw van rechten (balansuren, gratificaties e.d. ) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen
Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling op grond van de CAO GHZ. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Vanboeijen. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat. In december 2025 bedroeg de dekkingsgraad 125,7%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is in 2025 aangepast van 105% naar 110%.

Vanboeijen betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het voldoen van toekomstige premiebijdragen. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Leasing
De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij Vanboeijen is geen sprake van financiële lease.

Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Classificatie van de lease vindt plaats op het tijdstip van het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst.

Operationele lease
Als Vanboeijen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Rentebaten en soortgelijke baten en rentelasten en soortgelijke lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Rentebaten worden verantwoord in de periode waarop zij betrekking hebben, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waarop zij betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.  De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en beleggingen die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardeverminderingen als gevolg van de transactie kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

Stichting Vrienden van Vanboeijen is conform art 7 lid 1 Regeling openbare jaarverantwoording WMG niet geconsolideerd, gezien stichting Vanboeijen geen overheersende zeggenschap heeft over stichting Vrienden van Vanboeijen.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Waarderingsgrondslag WNT

Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft stichting Vanboeijen zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingssspecifieke (sectorale) regels.

4.5 Toelichting op de balans

4.5.1 Activa

1. Materiële vaste activa

De specificatie is als volgt: 31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000 € 1.000
     
Bedrijfsgebouwen en terreinen 39.866 40.624
Installaties 9.092 6.263
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting 4.707 4.369
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering 2.467 2.091
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa 254 254
     
Totaal materiële vaste activa 56.387 53.601
     
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt:    
     
Boekwaarde per 1 januari 53.601 54.632
Bij: investeringen 8.554 4.743
Af: afschrijvingen -5.171 -5.635
Af: bijzondere waardeverminderingen 0 0
Af: desinvesteringen -598 -138
     
Boekwaarde per 31 december 56.387 53.601
     
     
Aanschafwaarde 104.927 99.638
Cumulatieve afschrijvingen -48.540 -46.037
  56.387 53.601

Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder vaste activa.

De vaste activa zijn als zekerheid gesteld voor de langlopende schulden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het overzicht van de langlopende leningen in paragraaf 4.5.5. De materiële vaste activa dienen voor een bedrag van € 70 miljoen (2024: € 70 miljoen) als onderpand voor schulden aan kredietinstellingen, waarvan € 14 miljoen als garantie voor leningen die zijn geborgd via het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Vanboeijen heeft zich verbonden om onroerende goederen die gefinancierd zijn met geborgen leningen, niet zonder voorafgaande toestemming van het WfZ te vervreemden of met een ander zakelijk recht te bezwaren. Tevens heeft Vanboeijen zich verbonden om op eerste verzoek van het WfZ een recht van hypotheek aan het WfZ te verstrekken op onroerende zaken waarvoor een lening is aangegaan die geheel of gedeeltelijk door het WfZ is geborgd.

2. Voorraden

De specificatie is als volgt: 31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000 € 1.000
     
Voorraden 40 49
     
  40 49

Gedurende het boekjaar is ten laste van de winst- en verliesrekening een voorziening wegens incourantheid gevormd voor een bedrag van € 0 (2024: € 0).

3. Vorderingen en overlopende activa

  31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000 € 1.000
     
Vorderingen en overlopende activa  2.298   4.029 
Financieringsverschil  846   -313 
     
Totaal vorderingen  3.144   3.716 

Vorderingen en overlopende activa

  31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000 € 1.000
     
Vorderingen op debiteuren 441 1.151
Te vorderen Gemeentelijk Domein 9 9
Te ontvangen innovatiegelden 424 424
Rekening courant Vrienden van Vanboeijen 34 -5
Compensatieregeling transitievergoedingen 195 169
Vooruitbetaalde bedragen 465 124
Te ontvangen uit verkoop Sparrenlaan 0 1.474
Overige vorderingen en overlopende activa 730 683
     
  2.298 4.029

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. 

Op de vordering uit hoofde van debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid ad € 28.000 in mindering gebracht (2024: € 32.000). 

In de Wet compensatie transitievergoeding is vastgesteld dat werkgevers gecompenseerd worden voor de transitievergoedingen die betaald zijn aan medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Ultimo 2025 betreft het alleen recente vorderingen.  

De vordering innovatiemiddelen betreft een te ontvangen afrekening van de NZa voor een innovatieproject kwaliteitsverpleegkundigen.

Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz

  t/m 2023 2024 2025 totaal
  € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000
         
Saldo per 1 januari 0 -313 0 -313
         
Financieringsverschil boekjaar 0 0 846 846
Correcties voorgaande jaren 0 705 0 705
Betalingen/ontvangsten 0 -392 0 -392
Subtotaal mutatie boekjaar 0 313 846 1.159
         
Saldo per 31 december 0 0 846 846
         
Stadium van vaststelling:        
Erkenning 300-211 c c a a
a= interne berekening        
b= overeenstemming met zorgverzekeraars        
c= definitieve vaststelling Nza        
      31-dec-25 31-dec-24
      € 1.000 € 1.000
Waarvan gepresenteerd als:        
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort     846 0
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot     0 -313
      846 -313
         
         
Specificatie financieringsverschil WLZ in het boekjaar     2025 2024
      € 1.000 € 1.000
         
Wettelijk budget aanvaardbare kosten WLZ boekjaar      122.721   113.991 
Af: ontvangen voorschotten      121.875   114.304 
         
       846   -313 

De nacalculaties van de jaren tot en met 2024 zijn volledig afgerekend met de NZa.

4. Liquide middelen

De specificatie is als volgt: 31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000 € 1.000
     
Bankrekeningen 17.508 12.714
Kassen 8 18
     
Totaal liquide middelen 17.516 12.732

De liquide middelen zijn vrij beschikbaar, behalve voor de afgegeven bankgarantie van €14.500,-. Er is in 2025 naast de reguliere spaarrekeningen een bedrijfsspaarrekening geopend. Hierop is 4,5 miljoen aan spaartegoed voor 3 maanden vastgezet. 

4.5.2 Passiva

5. Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:   31-dec-25 31-dec-24
    € 1.000 € 1.000
       
Bestemmingsfonds   21.964  19.949 
Bestemmingsreserve herhuisvesting   4.500 2.200 
Overige reserve   257  257 
       
Totaal eigen vermogen   26.721  22.406 
       
       
Het verloop is als volgt: Bestemmingsfonds Bestemmingsreserve Overige
    herhuisvesting reserve
Stand per 1 januari 2024 17.895 0 257
Resultaatbestemming 2024 2.054 2.200 0
Overige mutaties 2024 0 0 0
Stand per 1 januari 2025 19.949 2.200 257
Resultaatbestemming 2025 2.015 2.300 0
Overige mutaties 2025 0 0 0
Stand per 31 december 2025 21.964 4.500 257
       
       
    31-dec-25 31-dec-24
    € 1.000 € 1.000
       
Netto-resultaat   4.315 4.254
       
Totaalresultaat van de instelling   4.315 4.254

Het resultaat van het boekjaar bedraagt € 4.315.000 positief. Van het resultaat is € 2.300.000 toegerekend aan de bestemmingsreserve herhuisvesting, € 2.015.000 is toegerekend aan het bestemmingsfonds.

6. Voorzieningen

Het verloop is als volgt weer te geven: saldo per       saldo per
  1-jan-25 dotatie onttrekking vrijval 31-dec-25
  € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000
           
Jubileumvoorziening 773 133 66 0 840
Voorziening afbouw carrière 178 62 14 0 227
Voorziening verzuim 575 947 313 594 615
Totaal voorzieningen 1.526 1.142 393 594 1.682
Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:  
   
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr) 739
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr) 943
hiervan > 5 jaar 451

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. Circa € 48.000 (2024: € 73.000) heeft een looptijd korter dan een jaar. De berekening is gebaseerd op cao-verplichtingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd: 

  • Disconteringsvoet: 3,2% gebaseerd op de rentevoet waarmee toekomstige cashflows worden teruggerekend naar hun huidige waarde.
  • Gemiddelde salarisstijging 1,67%.

Het effect van de discontering is € 186.000. Door de wijziging van de disconteringsvoet is de voorziening gestegen met € 89.000.

De voorziening afbouw carrière is gevormd voor medewerkers waarbij er een reële schatting is gemaakt dat zij gebruik gaan maken van de regeling zoals wordt beschreven in de cao. De voorziening wordt niet contant gemaakt gezien de tijdswaarde van geld niet materieel is. 

De voorziening verzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurig verzuim. Dit betreft het loon in het eerste ziektejaar, 70% doorbetaling in het tweede ziektejaar en een mogelijke transitievergoeding. De voorziening op balansdatum bedraagt € 615.000 en heeft betrekking op een periode korter dan 1 jaar.

7. Langlopende schulden

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Boekwaarde per 1 januari 22.566 19.719
     
Bij: nieuwe leningen 0 4.847
Af: aflossing leningen 2.025 2.000
     
Boekwaarde per 31 december 20.541 22.566
     
Kortlopend deel per 31 december 2.025 1.962
     
Langlopend deel per 31 december 18.516 20.604
     
Waarvan:    
Resterende looptijd < 1 jr 2.025 1.962
Resterende looptijd > 1 jr en < 5jr 5.643 6.048
Resterende looptijd > 5 jr 10.848 12.594

De verstrekte zekerheden voor de opgenomen leningen bij de Rabobank en WfZ luiden als volgt:
* hypothecaire zekerheid op bedrijfsgebouwen en -terreinen. 

De reële waarde van de leningen bedraagt circa € 19 miljoen. De aflossingsverplichtingen voor het komende jaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

Als gestelde zekerheid voor verstrekte financiering door het WfZ en de Rabobank is aan hen een hypotheekrecht van € 70 mln. verstrekt op de registergoederen van Vanboeijen. De financiële convenanten worden elk boekjaar getoetst aan de hand van de jaarrekening van stichting Vanboeijen per 31 december van lopend boekjaar. 
Met de Rabobank zijn de volgende ratio's afgesproken:
1. Solvabiliteit (verhouding eigen vermogen op het balanstotaal): minimaal 25,0%. Vanboeijen heeft voor 2025 een solvabiliteit van 35%.
2. Debt Service Coverage Ratio (betalingscapaciteit ten opzichte van de financiële verplichtingen) minimaal 1,20. De DSCR is voor 2025: 4,08.

8. Kortlopende schulden

De specificatie is als volgt: 31-dec-25 31-dec-24
  € 1.000  € 1.000 
     
Crediteuren 1.666 1.756
Aflossingsverplichtingen komend boekjaar van langlopende leningen 2.025 1.962
Schulden aan kredietinstellingen 4.562 499
Belastingen en sociale premies 4.362 3.746
Te betalen pensioenpremies 2.043 1.897
Te betalen salarissen 727 631
Vakantiegeld 2.922 2.671
Vakantiedagen 2.803 2.412
Balansverlof 6.460 6.223
Rekening courant De Zijlen 181 83
Vooruitontvangen bedragen 591 1.524
Fonds pastoraal centrum 294 307
Nog te betalen kosten 1.532 1.851
     
Totaal kortlopende schulden 30.168 25.562

Onder de overlopende passiva zijn posten begrepen met een vermoedelijke resterende looptijd langer dan één jaar, namelijk vakantiedagen, balansverlof en de schuld aan kredietinstelling. 

De boekwaarde van de kortlopende schulden benadert de reële waarde daarvan, gegeven de korte looptijd van de opgenomen posten. Over de rekeningcourantverhoudingen wordt geen rente berekend. Uit een in 2021 en 2022 ontvangen nalatenschap is het fonds pastoraal centrum gevormd. Er zijn afspraken gemaakt over de aanwending hiervan in 2026.

Vooruit ontvangen bedragen bestaat uit ontvangen gelden (€ 319.000) voor duurzaamheidinvesteringen die in 2026 gaan plaatsvinden. Onder de nog te betalen kosten zijn opgenomen de nagekomen facturen over 2025, accountantskosten en heffingen 2025. 

Toelichting risico's van financiële instrumenten

Algemeen 
Vanboeijen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de stichting blootstelt aan kredietrisico, renterisico, kasstroomrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen hanteert de RvB richtlijnen in de vorm van een treasurystatuut. Daarnaast is een meerjaren liquiditeits- en investeringsbegroting aanwezig welke is vastgesteld door de RvB en goedgekeurd door de RvT. Er is een treasurycommissie in werking om verdere uitvoering te geven aan het treasurybeleid.

Kredietrisico
Vanboeijen loopt kredietrisico over de vorderingen van die uitstaan op balansdatum. Beheersing van het kredietrisico vindt plaats door een actief debiteurenbeleid. Voor het afdekken van het kredietrisico is een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de debiteuren. 

Rente- en kasstroomrisico
Het beleid van de stichting is om haar financieringen volledig aan te trekken met vastrentende leningen, derhalve loopt de stichting geen renterisico over deze financiering. De stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. De stichting loopt met betrekking tot vastrentende leningen een reële waarde risico.

De stichting loopt renterisico over de rentedragende schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. Het treasurybeleid van de stichting is gericht op het uitsluiten dan wel minimaliseren van risico’s zoals het debiteurenrisico, het renterisico en het financieringsrisico. Het renterisico is beperkt tot de opgenomen leningen. Ultimo 2025 heeft Stichting Vanboeijen 12 langlopende leningen bij de Rabobank, BNG bank, NWB bank en Nationale Nederlanden van totaal € 20,5 mln. De interest van de leningen lopen uiteen van 0,01% tot 4,55% per jaar. In paragraaf 4.5.5. is een overzicht opgenomen van alle langlopende leningen met bijbehorende interestpercentages.

Liquiditeitsrisico
De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.

Mitigerende maatregelen
Er is een treasurystatuut waarin de beheersmaatregelen zijn verwoord, namelijk:

  • het tijdelijk uitlenen van overtollige liquide middelen aan derden vereist een besluit van de RvB.
  • voor het uitzetten van overtollige liquiditeiten wordt slechts zaken gedaan met banken of instituties die beschikken over een A-plusrating in producten die beschikken over een hoofdsomgarantie.
  • overtollige liquiditeiten worden gespreid over meerdere partijen.
  • de debiteurenpositie wordt nauwgezet gevolgd en bij overschrijding van de betalingstermijn worden passende incassomaatregelen genomen.

Toelichting op de reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

Als gevolg van materiële controles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van materiële controles zijn vooralsnog onzeker, maar de inschatting is dat het financieel effect hiervan beperkt is. Vanboeijen heeft op basis van een risicoanalyse een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hieruit voortvloeiende risico's en verplichtingen. Daarbij is rekening gehouden met uitkomsten van interne en externe controles.

Waarborgfonds voor de zorgsector
De zorginstelling heeft in het kader van het WfZ-deelnemerschap een obligoverplichting richting het WfZ. Dit houdt in dat indien het eigen vermogen van het WfZ onvoldoende zou blijken om aan de garantieverplichtingen te voldoen en WfZ wordt aangesproken op zijn garantieverplichtingen, WfZ een beroep kan doen op financiële hulp van de deelnemers. Deze hulp wordt in dat geval geboden in de vorm van renteloze leningen aan het WfZ. De omvang van het obligo bedraagt maximaal 3% van de restantschuld van de geborgde leningen van de deelnemer. De omvang van dit obligo bedraagt ultimo 2025 € 0,4 mln.

Kredietfaciliteit
Ten behoeve van werkkapitaal heeft Vanboeijen een kredietfaciliteit bij de Rabobank. Dit betreft werkkapitaalfaciliteit tot wederopzegging, in de vorm van een rekening-courantfaciliteit. De kredietlimiet bedraagt € 4 mln. en staat ter vrije beschikking.

4.5.3 Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operationele leasing. De operationele leasing bestaat uit huurverplichtingen en verplichtingen inzake lease-auto's. De operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

Lease en huur  
  € 1.000 
   
Kortlopend deel ( < 1 jaar) 2.899
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar) 8.101
Langlopend deel ( > 5 jaar) 2.353
  13.353

Het bedrag van huur- en leasebetalingen dat is verwerkt als last in 2025, bedraagt € 3,4 mln. (2024: € 3,11 mln.). 

Er zijn langlopende verplichtingen met enkele leveranciers aangegaan. De verplichting bedraagt:

Overige verplichtingen  
  € 1.000 
   
Kortlopend deel ( < 1 jaar) 3.824
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar) 1.899
Langlopend deel ( > 5 jaar) 0
  5.723

Onzekerheden te verwachten kosten

Overwerkvergoeding deeltijd medewerkers

Op 29 juli 2024 heeft het Europese Hof een uitspraak gedaan met betrekking tot de overwerkvergoeding voor medewerkers die in deeltijd werken. De uitspraak kan gevolgen hebben voor de wijze waarop overuren worden beloond en zou mogelijk kunnen leiden tot een nabetaling met terugwerkende kracht voor deeltijdwerkers.

Op dit moment wordt onderzocht of en in hoeverre deze uitspraak van het Europese Hof van toepassing is op de zorgsector en op de verschillende (al dan niet algemeen verbindend verklaarde) cao’s die in de zorg worden gebruikt, en welke financiële impact dit met zich mee kan brengen. Er zijn ten aanzien van de uitspraak van het Europese Hof nog veel vragen en onzekerheden, onder andere over een eenduidig te maken onderscheid tussen voltijdwerkers en deeltijdwerkers, over welke periode met terugwerkende kracht deze uitspraak van toepassing zou zijn, over het effect van de in veel cao’s c.q. zorgorganisaties toegepaste jaarurensystematiek en over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de benodigde onderliggende data. De mogelijke verplichtingen die voortvloeien uit de uitspraak van het Europese Hof zijn als gevolg van deze vragen en onzekerheden op dit moment nog niet met voldoende zekerheid vast te stellen. Daarom zijn deze niet in de balans opgenomen. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet en zullen, indien noodzakelijk, in toekomstige verslagperiodes nadere informatie verstrekken over de mogelijke financiële consequenties.

Wet DBA

Vanaf 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven en organisaties, waaronder ook zorginstellingen, die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat zij niet zelfstandig uitvoeren, kunnen dan weer een boete of naheffingen krijgen. Daarbij geldt een overgangsperiode van 1 jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

Zoals in de risicoparagraaf beschreven, heeft Vanboeijen in 2025 verschillende maatregelen getroffen om het risico op schijnzelfstandigheid te mitigeren, zoals het verminderen van de inzet van zzp’ers. 

Het risico op een vergrijpboete wordt door Vanboeijen als gevolg van de mitigerende maatregelen voor 2025 als minimaal ingeschat. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet en zullen, indien noodzakelijk, in toekomstige verslagperiodes nadere informatie verstrekken over dit onderwerp.


Onzekerheden opbrengstverantwoording

Als gevolg van materiële nacontroles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van eventuele materiële nacontroles zijn vooralsnog onzeker en daarom zijn er hiervoor geen verplichtingen opgenomen in de balans.

4.5.4 Mutatieoverzicht vaste activa

Mutatieoverzicht materiele vaste activa

bedragen x € 1.000 1) 2) 3) 4) 5) Totaal
             
             
Aanschafwaarde 76.061 12.237 8.994 2.091 254 99.638
Cumulatieve afschrijvingen -35.437 -5.974 -4.625 0 0 -46.037
Boekwaarde per 1 januari 2025 40.624 6.263 4.369 2.091 254 53.601
             
Investeringen in lopende jaar            
Investeringen 1.321 169 1.384 5.682 0 8.556
Afschrijvingen -3.150 -958 -1.063 0 0 -5.171
Bijzondere waardervermindering 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties 1.071 3.618 20 -4.710 0 -2
             
Terugname geheel afgeschreven activa            
Aanschafwaarde -707 -828 -1.024 0 0 -2.559
Cumulatieve afschrijvingen 707 828 1.024 0 0 2.559
             
Desinvesteringen            
Aanschafwaarde 0 0 -3 -595 0 -598
Cumulatieve afschrijvingen 0 0 0 0 0 0
Mutaties in boekwaarde 2025 -758 2.829 338 377 0 2.786
             
Aanschafwaarde 77.746 15.197 9.371 2.467 254 104.927
Cumulatieve afschrijvingen -37.879 -6.104 -4.663 0 0 -48.540
Boekwaarde per 31 december 2025 39.866 9.092 4.707 2.467 254 56.387
Afschrijvingspercentage 2025 0% -12,5% 6,67 - 20% 10% - 33,3% 0% 0%  
1) Bedrijfsgebouwen en terreinen
2) Installaties
3) Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting
4) Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
5) Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa

4.5.5 Overzicht langlopende schulden

Overzicht langlopende schulden ultimo 2025

Leninggever Afsluit Hoofdsom Looptijd Soort Zekerheden Rente Restschuld
datum     lening     31-12-2024
bedragen x € 1.000   jaren     %
               
BNG bank 19/08/2010  6.747   23  Banklening Borging WfZ 1,76% 2.347
BNG bank 25/07/2011  680   17  Banklening Borging WfZ 2,50% 160
BNG bank 12/12/2011  3.006   27  Banklening Borging WfZ 1,42% 1.475
BNG bank 30/11/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,74% 3.200
Goldman Sachs Asset Management 12/12/2011  6.293   25  Banklening Borging WfZ 3,91% 3.021
Goldman Sachs Asset Management 08/07/2013  3.700   20  Banklening Borging WfZ 2,87% 1.665
Goldman Sachs Asset Management 26/01/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,37% 3.200
NWB bank 16/09/2010  3.233   19  Banklening Borging WfZ 0,01% 681
Rabobank 31/12/2018  2.320   10  Banklening geen 2,70% 1.280
Rabobank 31/12/2018  1.280   10  Banklening geen 2,70% 880
Rabobank 08/02/2024  1.696   7  Banklening geen 4,55% 1.508
Rabobank 08/02/2024  3.151   7  Banklening geen 4,55% 3.151
Totaal   42.107         22.566
Leninggever Nieuw Aflossing Restschuld Restschuld Resterende Wijze Aflossing
in 2025 2025 31-12-2025 over 5 jaar looptijd aflossing 2026
  jaren  
               
BNG bank 0 293 2.053 587 7 lineair 293
BNG bank 0 40 120 0 3 lineair 40
BNG bank 0 113 1.361 794 12 lineair 113
BNG bank 0 200 3.000 2.000 15 lineair 200
Goldman Sachs Asset Management 0 252 2.769 1.510 11 lineair 252
Goldman Sachs Asset Management 0 185 1.480 555 8 lineair 185
Goldman Sachs Asset Management 0 200 3.000 2.000 15 lineair 200
NWB bank 0 170 511 0 3 lineair 170
Rabobank 0 320 960 0 3 lineair 320
Rabobank 0 0 880 0 3 variabel 0
Rabobank 0 251 1.257 251 5 lineair 251
Rabobank 0 0 3.151 3.151 5 variabel 0
Totaal 0 2.025 20.541 10.848     2.025

4.6 Toelichting op de winst- en verliesrekening

4.6.1 Bedrijfsopbrengsten

9. Opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
Wet langdurige zorg    
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten WLZ-zorg  123.002   114.926 
Subtotaal  123.002   114.926 
     
Zorgverzekeringswet    
Opbrengsten zorgverzekeringswet  8   7 
Subtotaal  8   7 
     
Subsidie op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies of door het Zorginstituut op grond van de Wet langdurig zorg    
Rijkssubsidies van het Ministerie van VWS  658   570 
Vergoeding innovatie kwaliteitsverpleegkundigen  424   424 
Overige subsidies  116   365 
Subtotaal  1.198   1.359 
     
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg    
Beschikbaarheidsbijdragen medische vervolgopleidingen  8   25 
Subtotaal  8   25 
     
Opbrengsten uit onderaanneming    
Zorgprestaties tussen instellingen  609   862 
Subtotaal  609   862 
     
Totaal opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening  124.825   117.179 

De Rijkssubsidies betreffen het Stagefonds (€ 261.000) en Praktijkleren (€ 397.000). 

10. Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
Opbrengsten uit Gemeentelijk domein    
Jeugdwet  3   114 
Wet maatschappelijke ondersteuning  127   89 
Subtotaal  130   203 
     
Persoonsgebonden budgetten  2.380   2.620 
Eigen bijdragen cliënten  417   340 
Overige zorgprestaties  752   627 
Subtotaal  3.549   3.587 
     
Totaal overige opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening  3.679   3.790 

De Jeugdwet bevatte voor 2024 enkele individuele overeenkomsten, deze zijn beëindigd of zijn overgegaan in een andere financieringsvorm. 

11. Overige bedrijfsopbrengsten

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Opbrengst werk & dagbesteding 323 295
Overige opbrengsten 1.083 2.123
     
Totaal overige opbrengsten  1.406   2.418 

In 2024 was de verkoop van locatie Sparrenlaan onderdeel van de overige opbrengsten voor een bedrag van € 1.303.000.

4.6.2 Lasten

12. Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Personeel niet in loondienst 6.213 5.652
Kosten uitbesteding onderaannemers 326 250
     
Totaal kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 6.539  5.902 

13. Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Lonen en salarissen 68.510 64.179
Sociale lasten 11.987 11.034
Pensioenpremies 5.997 5.718
     
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 86.494  80.931 
     
Gemiddeld aantal personeelsleden in FTE's in boekjaar (excl. stagiaires) 1.240 1.220

Conform het onderhandelingsresultaat van de CAO 2025-2026 is een salarisverhoging van 4% in juli 2025 doorgevoerd. 

14. Afschrijvingen vaste activa

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Afschrijvingslasten materiële vaste activa 5.171 5.635
     
Totaal afschrijvingen 5.171  5.635 

15. Overige bedrijfskosten

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten 7.298 7.100
Patiënt- en bewonersgebonden kosten 2.542 2.403
Andere personeelskosten 3.682 3.268
Administratie en registratie 1.944 2.056
Communicatie 512 465
Verzekeringen en belastingen 653 661
Advieskosten 1.531 737
Algemene kosten 1.490 1.180
     
Onderhoud en energiekosten:    
- Onderhoud 2.511 2.468
- Energiekosten gas 778 1.377
- Energiekosten stroom 772 1.459
- Energie overig 149 107
Subtotaal 4.210 5.411
     
Huur en leasing 2.914 2.753
Dotatie en vrijval voorzieningen 164 112
     
Totaal overige bedrijfskosten 26.940 26.146

16. Rentelasten en soortgelijke kosten

De specificatie is als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Rentelasten langlopende leningen 596 625
Overige rentebaten -145 -106
     
Totaal financiële baten en lasten 451  519 

4.6.3 Overig

Honoraria accountant

De honoraria van accountants zijn als volgt: 2025 2024
  € 1.000 € 1.000
     
Controle van de jaarrekening (incl. nacalculatie) 175 175
Overige controlewerkzaamheden (w.o. regeling AO/IC) 30 15
Fiscale advisering 0 0
Niet-controlediensten (w.o. IT audit, WOZ) 30 26
     
Totaal honoraria accountant 235  216 

De honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en inclusief btw, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag. De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders die in het kader van de WNT verantwoord worden, is op de volgende bladzijde opgenomen.

Gebeurtenissen na balansdatum

De Zorgkantoren signaleren al geruime tijd dat Stichting De Trans (De Trans) kampt met financiële en operationele uitdagingen, die de continuïteit van zorg voor cliënten met een verstandelijke beperking en het behoud van werkgelegenheid voor medewerkers in de provincie Drenthe en Groningen bedreigen. Stichting Vanboeijen (Vanboeijen) en Stichting Cosis (Cosis) voelden een gezamenlijke verantwoordelijkheid en ambitie om de continuïteit van zorg voor deze kwetsbare mensen te waarborgen en hebben samengewerkt aan een duurzame oplossing voor het continuïteitsvraagstuk van De Trans: De Drentse Oplossing.  

Eind 2025 heeft de RvB van Vanboeijen besloten dat Vanboeijen, samen met Cosis, en in voorbereiding en afstemming met Espria, zorgkantoren en VWS, op 1 januari 2026 de activiteiten van De Trans gaat overnemen om ervoor te zorgen dat de continuïteit van zorg wordt gewaarborgd. De overname wordt vormgegeven door middel van een zuivere juridische splitsing. In het kader hiervan worden alle activiteiten van De Trans, zijnde activa, passiva, cliënten, medewerkers en het vastgoed, bij Vanboeijen en Cosis ondergebracht. Op 1 januari 2026 houdt De Trans op te bestaan.  

De juridische en financiële effectuering van de overname vindt plaats na balansdatum, namelijk op 1 januari 2026. Aangezien de feitelijke overdracht van activa en passiva in het boekjaar 2026 gaat plaatsvinden, zijn de financiële gevolgen van deze transactie niet in het boekjaar 2025, en daarmee de jaarrekening 2025 van Vanboeijen, verwerkt.  

De verdeling van de activiteiten van voormalig De Trans tussen Cosis en Vanboeijen staat beschreven en is door beide besturen vastgesteld. De definitieve verdeling tussen Cosis en Vanboeijen wordt vastgesteld op basis van de gecontroleerde jaarrekening 2025 van De Trans. Uit de definitieve verdeling volgt een beginbalans van de activiteiten die overgaan naar Vanboeijen.Deze beginbalans vormt het uitgangspunt voor de verwerking van de overname in de financiële administratie vanaf het boekjaar 2026. Ter versterking van de vermogenspositie van voormalig De Trans ontvangen Cosis en Vanboeijen - naar rato van de verdeling van de activiteiten - in 2026 een vergoeding van de Zorgkantoren.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De bezoldigingsklasse is door de RvT vastgesteld op klasse IV met 10 punten. De bezoldiging van de leden van de RvB (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2025 is als volgt:

  Y. Tewelde J. Dusseljee
Functiegegevens Voorzitter RvB Lid RvB
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 209.946 205.419
Beloningen betaalbaar op termijn 16.054 16.061
Subtotaal 226.000 221.480
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 226.000 226.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 2025 226.000 221.480
     
Gegevens 2024    
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
     
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 193.595 187.173
Beloningen betaalbaar op termijn 16.125 16.127
Subtotaal 209.720 203.300
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 214.000 214.000
Bezoldiging 2024 209.720 203.300

De bezoldiging van de leden van de RvT over het jaar 2025 is als volgt:

  W. van de Pol A.G. van Kalsbeek E.J. Finnema B.N. Goeree M.E. van der Maas
Functiegegevens voorzitter RvT vice voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging          
Bezoldiging 2025 25.990 16.950 16.950 16.950 16.950
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 33.900 22.600 22.600 22.600 22.600
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0   0
Bezoldiging 2025 25.990 16.950 16.950 16.950 16.950
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
           
Gegevens 2024          
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/6 - 31/12 1/6 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/10 - 31/12
Totale bezoldiging 2024 8.738 8.738 14.980 14.980 3.745
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 12.547 12.547 21.400 21.400 5.394
         
  J. Schaart E. van Reijmersdal H.F. Schoep L. Kater
Gegevens 2024 voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 1/1 - 31/5 1/1 - 30/4 1/1 - 31/3
Bezoldiging 2024 23.540 6.242 4.783 3.745
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 32.100 8.912 7.094 5.335

Onkostenvergoedingen raad van bestuur

De onkostenvergoedingen betreffen vergoedingen met een betaaldatum in boekjaar 2025.

Vergoeding van onkosten 2025 Y. Tewelde J. Dusseljee
Onkostenvergoedingen, waaronder verzekeringen 2.166 2.166
Lease- en gebruikskosten auto van de zaak 16.845 14.667
Binnenlandse en buitenlandse reiskosten 0 308
Opleidingskosten en lidmaatschappen 1.055 1.586
Representatiekosten en overige kosten 0 0
  20.066 18.727

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De raad van bestuur van Stichting Vanboeijen, statutair gevestigd te Assen, heeft de jaarrekening 2025 vastgesteld. De raad van toezicht van de Stichting Vanboeijen heeft de jaarrekening 2025 goedgekeurd in de vergadering van 15 april 2026.

         
         
         
         
       
Y. Tewelde MScBA     J. Dusseljee RA  
Voorzitter raad van bestuur     Lid raad van bestuur  
         
         
         
         
         
     
Drs. W. Van de Pol     Drs. A.G. van Kalsbeek MCM  
Voorzitter raad van toezicht     Vice-voorzitter raad van toezicht  
         
         
         
         
         
     
Ir. B.N. Goeree RC     Prof. dr. T.C. Boonstra  
Lid raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         
         
         
         
         
         
M.E. van der Maas MSc        
Lid raad van toezicht