Spring naar inhoud

Jaarrekening

4.1 Balans per 31 december 2023

(na resultaatbestemming)        
  Ref. 31-dec-23   31-dec-22
    € 1.000   € 1.000
ACTIVA        
         
Vaste activa        
Materiële vaste activa 1 54.632   55.487
Totaal vaste activa   54.632   55.487
         
Vlottende activa        
Voorraden 2 48   36
Vorderingen 3 3.016   4.337
Liquide middelen 4 8.813   8.376
Totaal vlottende activa   11.876   12.749
         
Totaal activa   66.508   68.236
         
         
         
PASSIVA        
         
Eigen vermogen 5      
Bestemmingsfonds   17.895   20.831
Overige reserve   257   257
Totaal eigen vermogen   18.152   21.088
         
Voorzieningen 6 1.435   1.524
         
Langlopende schulden (nog voor meer dan 1 jaar) 7 17.907   19.719
         
Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) 8 29.014   25.905
         
Totaal passiva   66.508   68.236

4.2 Winst- en verliesrekening over 2023

  Ref. 2023   2022
    € 1.000   € 1.000
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening 9      
Wet langdurige zorg   109.832   103.385
Zorgverzekeringswet   8   2
Subsidie op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies of door het Zorginstituut op grond van de Wet langdurig zorg   1.070   1.177
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg   99   86
Baten uit onderaanneming   150   174
Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening 10 3.485   3.358
Netto omzet   114.644   108.182
Overige bedrijfsopbrengsten na netto-omzet 11 734   872
Som der bedrijfsopbrengsten   115.378   109.054
         
BEDRIJFSLASTEN        
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 12 11.226   10.520
Lonen en salarissen 13 60.273   55.406
Sociale lasten   10.272   9.422
Pensioenlasten   5.096   4.872
Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa 14 5.836   5.578
Overige bedrijfskosten 15 25.141   21.504
Som der bedrijfslasten   117.844   107.302
         
Bedrijfsresultaat   -2.465   1.753
         
Rentelasten en soortgelijke kosten 16 472   567
RESULTAAT BOEKJAAR   -2.937   1.185
         
Resultaatbestemming        
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten   -2.937   1.185

4.3 Kasstroomoverzicht

  Ref.   2023     2022
      € 1.000     € 1.000
Kasstroom uit operationele activiteiten            
Bedrijfsresultaat     -2.465     2.022
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen en overige waardeverminderingen 1 5.836     5.579  
- mutaties voorzieningen 6 -89     341  
- boekresultaten afstoting vaste activa   0     -269  
      5.747     5.650
Veranderingen in werkkapitaal:            
- voorraden 2 -12     3  
- vorderingen 3 1.321     -1.528  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan kredietinstellingen) 8 3.109     7.581  
      4.418     6.056
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     7.700     13.728
             
Betaalde interest 17 -472     -567  
Ontvangen interest 17 0     0  
      -472     -567
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     7.228     13.161
             
Investeringen materiële vaste activa 1 -5.007     -7.827  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 27     16  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -4.979     -7.811
             
Nieuw opgenomen leningen 7 0     0  
Aflossing langlopende schulden 7 -1.812     -2.787  
Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten     -1.812     -2.787
Mutatie geldmiddelen     436     2.563
Recapitulatie            
Stand geldmiddelen per 1 januari     8.376     5.813
Stand geldmiddelen per 31 december     8.813     8.376
Mutatie geldmiddelen in het boekjaar     436     2.563

4.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Algemene gegevens
Zorginstelling Vanboeijen is statutair en feitelijk gevestigd te Assen, op het adres Borgstee 11. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41186587. De belangrijkste activiteiten zijn het zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke handicap.

Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2023, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2023.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de regeling openbare jaarverantwoording WMG (RojW). De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 BW2 -voor zover deze volgens deze regeling van toepassing zijn- en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de jaarverslaggeving. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. 

Continuïteitsveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. 

Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva
Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen kostprijs, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Toelichtingen op posten in de balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Vanboeijen zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans op genomen activa. 

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen 

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, en niet op voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Algemeen
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend in aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico's met betrekking tot handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper. 

Presentatie en functionele valuta
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van Vanboeijen. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van oordelen en schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Vanboeijen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten en houdt geen handelsportefeuille aan.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien financiële instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de winst- en verliesrekening, tenzij hierna anders beschreven.

Overige vorderingen
Overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met eventueel ontvangen subsidies, de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Als investeringssubsidies zijn ontvangen worden deze toegelicht bij het MVA verloopoverzicht. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde van de individuele activa. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling, bij afstoting of volledige afschrijving. Afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de toelichting 4.5.4 mutatie overzicht vaste activa.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last aangemerkt in de winst- en verliesrekening. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van het desbetreffende actief niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepalend zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Vorderingen en schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot Wlz
Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget. De waardering is beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekeningcourantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen
Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen het bestemmingsfonds en overige reserves. Het bestemmingsfonds is een reserve waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. De overige reserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. 

Aanwending van bestemmingsfonds en overige reserves
Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsfonds en overige reserves worden in de winst- en verliesrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve of fonds gebracht. Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. 

Voorziening ziekteverzuim
De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. De voorziening wordt berekend over medewerkers waarvan de verwachting is dat deze niet (volledig) terugkeren. Oftewel, waarbij de kans groter wordt geacht dat ze wel (gedeeltelijk) ziek uit dienst gaan dan niet. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten).

Voorziening jubileumverplichtingen
De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De jubileumvoorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De disconteringsvoet is gebaseerd op 4%, gebaseerd op een inschatting van de kostenstijging de komende jaren. Het effect van de discontering is € 250.000. Voorgaand jaar was de disconteringsvoet 2%. Door de wijziging van de disconteringsvoet is de voorziening afgenomen met € 108.000.

Voorziening afbouw carrière 
De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren financiële effecten van in de CAO opgenomen regeling afbouw carrière. De voorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige financiële effecten. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. 

Schulden
De waardering van de langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd financiële instrumenten. De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd financiële instrumenten.

Grondslagen van opbrengstverantwoording

Segmentering
In de jaarrekening is geen nadere segmentatie van de winst- en verliesrekening opgemaakt aangezien Vanboeijen alleen in het segment gehandicaptenzorg actief is.

Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening en overige bedrijfsopbrengsten
De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten. Bij de berekening van het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten is geen rekening gehouden met de na-indexering.

De met de baten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.

Subsidies
Subsidies worden ten gunste van de winst- en verliesrekening van het jaar gebracht ten laste waarvan de gesubsidieerde bestedingen komen of waarin de opbrengsten zijn gederfd of het exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De vooruit ontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten voor de inzet van personeel niet in loondienst worden toegerekend aan de periode wanneer het personeel is ingehuurd. Dit geldt eveneens voor de kosten voor uitbesteding van zorgprestaties aan onderaannemers. 

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers, respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door Vanboeijen.  

Voor de beloningen met opbouw van rechten (balansuren, gratificaties e.d. ) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen
Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling op grond van de CAO GHZ. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Vanboeijen. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat. In december 2023 bedroeg de dekkingsgraad 106,3%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 105%.
Vanboeijen betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het voldoen van toekomstige premiebijdragen. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Leasing
De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij Vanboeijen is geen sprake van financiële lease.

Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Classificatie van de lease vindt plaats op het tijdstip van het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst.

Operationele lease
Als Vanboeijen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Afschrijvingen
Boekwinsten en -verliezen uit incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Rentebaten en soortgelijke baten en rentelasten en soortgelijke lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Rentebaten worden verantwoord in de periode waarop zij betrekking hebben, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waarop zij betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.  De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en beleggingen die zonder beperkingen en zonder materieel risico van waardeverminderingen als gevolg van de transactie kunnen worden omgezet in geldmiddelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

Stichting Vrienden van Vanboeijen is conform art 7 lid 1 Regeling openbare jaarverantwoording WMG niet geconsolideerd, gezien stichting Vanboeijen geen overheersende zeggenschap heeft over stichting Vrienden van Vanboeijen.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Waarderingsgrondslag WNT

Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft stichting Vanboeijen zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingssspecifieke (sectorale) regels.

4.5 Toelichting op de balans

4.5.1 Activa

1. Materiële vaste activa

De specificatie is als volgt:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Bedrijfsgebouwen en terreinen             41.875   40.817
Installaties             6.356   6.296
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting             4.751   5.316
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering             1.396   2.804
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa             254   254
                   
Totaal materiële vaste activa             54.632   55.487
                   
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             55.487   53.255
Bij: investeringen             5.007   7.827
Af: afschrijvingen             -5.836   -5.579
Af: bijzondere waardeverminderingen             0   0
Af: desinvesteringen             -27   -16
                   
Boekwaarde per 31 december             54.632   55.487
                   
                   
Aanschafwaarde             102.106   100.099
Cumulatieve afschrijvingen             -47.473   -44.612
              54.632   55.487

Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder vaste activa.

De vaste activa zijn als zekerheid gesteld voor de langlopende schulden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het overzicht van de langlopende leningen in paragraaf 4.5.5. De materiële vaste activa dienen voor een bedrag van € 70 miljoen (2022: € 70 miljoen) als onderpand voor schulden aan kredietinstellingen, waarvan € 17 miljoen als garantie voor leningen die zijn geborgd via het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Vanboeijen heeft zich verbonden om onroerende goederen die gefinancierd zijn met geborgen leningen, niet zonder voorafgaande toestemming van het WfZ te vervreemden of met een ander zakelijk recht te bezwaren. Tevens heeft Vanboeijen zich verbonden om op eerste verzoek van het WfZ een recht van hypotheek aan het WfZ te verstrekken op onroerende zaken waarvoor een lening is aangegaan die geheel of gedeeltelijk door het WfZ is geborgd.

2. Voorraden

De specificatie is als volgt:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Voorraden             48   36
                   
              48   36

Gedurende het boekjaar is ten laste van de winst- en verliesrekening een voorziening wegens incourantheid gevormd voor een bedrag van € 0 (2022: € 0).

3. Vorderingen en overlopende activa

              31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Vorderingen en overlopende activa              1.417     1.544 
Financieringsverschil              1.599     2.793 
                   
Totaal vorderingen              3.016     4.337 

Vorderingen en overlopende activa

              31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Vorderingen op debiteuren             372   460
Te vorderen Wmo gelden             9   22
Te ontvangen Jeugdwet gelden             0   20
Voorschot vervoerders             0   39
Rekening courant Vrienden van Vanboeijen             57   -2
Te ontvangen innovatiegelden             397   397
Compensatieregeling transitievergoedingen             79   93
Vooruitbetaalde bedragen             70   123
Overige vorderingen en overlopende activa             433   390
                   
              1.417   1.542

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. 

Op de vordering uit hoofde van debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid ad € 50.000 in mindering gebracht (2022: € 12.000). 

In de Wet compensatie transitievergoeding is vastgesteld dat werkgevers gecompenseerd worden voor de transitievergoedingen die betaald zijn aan medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Ultimo 2023 betreft het alleen recente vorderingen.  

De vordering innovatiemiddelen betreft een te ontvangen afrekening van de NZa voor een innovatieproject kwaliteitsverpleegkundigen.

Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz

      t/m 2021   2022   2023   totaal
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Saldo per 1 januari     0   2.793   0   2.793
                   
Financieringsverschil boekjaar     0   0   1.599   1.599
Correcties voorgaande jaren     0   0   0   0
Betalingen/ontvangsten     0   -2.793   0   -2.793
Subtotaal mutatie boekjaar     0   -2.793   1.599   -1.194
                   
Saldo per 31 december     0   0   1.599   1.599
                   
Stadium van vaststelling:                  
Erkenning 300-211     c   c   a   a
                   
a= interne berekening                  
b= overeenstemming met zorgverzekeraars                  
c= definitieve vaststelling Nza                  
              31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
Waarvan gepresenteerd als:                  
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort             1.599   2.793
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot             0   0
              1.599   2.793
                   
                   
Specificatie financieringsverschil WLZ in het boekjaar             2023   2022
              € 1.000   € 1.000
                   
Wettelijk budget aanvaardbare kosten WLZ boekjaar              109.672    102.865
Af: ontvangen voorschotten              108.073    100.072
                   
               1.599    2.793

De nacalculaties van de jaren tot en met 2022 zijn volledig afgerekend met de NZa.

4. Liquide middelen

De specificatie is als volgt:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Bankrekeningen             8.800   8.362
Kassen             13   14
                   
Totaal liquide middelen             8.813   8.376

De liquide middelen zijn vrij beschikbaar, behalve voor de afgegeven bankgarantie van €14.500,-.

4.5.2 Passiva

5. Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfonds             17.895    20.831 
Overige reserve             257    257 
                   
Totaal eigen vermogen             18.152    21.088 
                   
                   
Het verloop is als volgt:             Bestemmingsfonds   Overige reserve
                   
Stand per 1 januari 2022              19.645     257 
Resultaatbestemming 2022              1.185    0
Overige mutaties 2022             0   0
Stand per 1 januari 2023              20.831     257 
Resultaatbestemming 2023              -2.937    0
Overige mutaties 2023             0   0
Stand per 31 december 2023              17.895     257 
                   
                   
              31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Netto-resultaat             -2.937   1.185
                   
Totaalresultaat van de instelling             -2.937   1.185

Het resultaat van het boekjaar bedraagt € 2.937.000 negatief en is volledig ten laste gebracht van het bestemmingsfonds.

6. Voorzieningen

Het verloop is als volgt weer te geven: saldo per 1-jan-23   dotatie   onttrekking   vrijval   saldo per 31-dec-23
  € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Jubileumvoorziening 850   82   79   93   761
Voorziening afbouw carrière 329   0   3   95   231
Langdurig ziekteverzuim 345   373   275   0   443
Totaal voorzieningen 1.524   455   357   188   1.435
Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:                  
                   
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr)                 498
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr)                 937
hiervan > 5 jaar                 356

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. Circa € 69.000 (2022: € 100.000) heeft een looptijd korter dan een jaar. De berekening is gebaseerd op CAO-verplichtingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd: 

  • Disconteringsvoet: 4% gebaseerd op historisch verloop en verwachte kostenstijging.
  • Gemiddelde salarisstijging 4%.

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. Dit betreft het loon in het eerste ziektejaar, 70% doorbetaling in het tweede ziektejaar en een mogelijke transitievergoeding. Van de voorziening op balansdatum heeft € 352.000 betrekking op een periode korter dan 1 jaar en is € 90.000 langlopend.

7. Langlopende schulden

De specificatie is als volgt:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000   € 1.000
                   
Schulden aan kredietinstellingen             19.719   21.531
                   
Totaal langlopende schulden             19.719   21.531
                   
                   
Het verloop is als volgt weer te geven:                  
                   
Stand per 1 januari             21.531   24.318
Bij: nieuwe leningen             0   0
Af: aflossing leningen             1.812   2.787
                   
Stand per 31 december             19.719   21.531
                   
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar             1.812   1.812
                   
Stand langlopende schulden per 31 december             17.907   19.719
                   
                   
Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:                  
                   
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr)             1.812   1.812
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr)             17.907   19.719
Hiervan langlopend (> 5 jaar)             9.933   12.587

De verstrekte zekerheden voor de opgenomen leningen bij de Rabobank en WfZ luiden als volgt:
* hypothecaire zekerheid op bedrijfsgebouwen en -terreinen. 

De reële waarde van de leningen bedraagt circa € 17 miljoen.
De aflossingsverplichtingen voor het komende jaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

Als gestelde zekerheid voor verstrekte financiering door het WfZ en de Rabobank is aan hen een hypotheekrecht van € 70 mln. verstrekt op de registergoederen van Vanboeijen. De financiële convenanten worden elk boekjaar getoetst aan de hand van de jaarrekening van stichting Vanboeijen per 31 december van lopend boekjaar. Vanboeijen voldoet ultimo boekjaar 2023 aan beide ratio’s.
Met de Rabobank zijn de volgende ratio's afgesproken:
1. Solvabiliteit: minimaal 25,0%.
2. Debt Service Coverage Ratio minimaal 1,20.

8. Kortlopende schulden

De specificatie is als volgt:             31-dec-23   31-dec-22
              € 1.000    € 1.000 
                   
Crediteuren             1.950   1.552
Aflossingsverplichtingen komend boekjaar van langlopende leningen             1.812   1.812
Schulden aan kredietinstellingen             4.847   4.116
Belastingen en sociale premies             3.754   3.316
Te betalen pensioenpremies             1.745   2.519
Te betalen salarissen             611   600
Vakantiegeld             2.579   2.348
Vakantiedagen             2.220   2.051
Balansverlof             6.073   5.107
Te betalen zorgbonus incl. loonheffing, welzijnsassistenten             0   69
Rekening courant ouderinitiatieven             71   0
Rekening courant De Zijlen             80   134
Vooruitontvangen bedragen             1.647   206
Fonds pastoraal centrum             308   317
Nog te betalen kosten             1.317   1.756
                   
Totaal kortlopende schulden             29.014   25.903

Onder de overlopende passiva zijn posten begrepen met een vermoedelijke resterende looptijd langer dan één jaar, namelijk vakantiedagen, balansverlof en de schuld aan kredietinstelling. Conform CAO is het persoonlijk levensfase budget voor iedere medewerker in dienst per december naar rato van het dienstverband opgehoogd met 8 uren.

De boekwaarde van de kortlopende schulden benadert de reële waarde daarvan, gegeven de korte looptijd van de opgenomen posten. Over de rekeningcourantverhoudingen wordt geen rente berekend. Uit een in 2021 en 2022 ontvangen nalatenschap is het fonds pastoraal centrum gevormd. Er zijn afspraken gemaakt over de aanwending hiervan. Vooruit ontvangen bedragen bestaat uit ontvangen gelden (€ 448.000) voor duurzaamheidinvesteringen die in 2024 gaan plaatsvinden. Daarnaast is een bedrag (€ 1.159.000) ontvangen voor tijdelijke tegemoetkoming blokverwarming, waarbij onderzocht wordt of Vanboeijen hier aanspraak op kan maken. Onder de nog te betalen posten is opgenomen de nagekomen facturen over 2023, accountantskosten en heffingen 2023. 

Toelichting risico's van financiële instrumenten

Algemeen 
Vanboeijen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de stichting blootstelt aan kredietrisico, renterisico, kasstroomrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen hanteert de RvB richtlijnen in de vorm van een treasurystatuut. Daarnaast is een meerjaren liquiditeits- en investeringsbegroting aanwezig welke is vastgesteld door de RvB en goedgekeurd door de RvT. Er is een treasurycommissie in werking om verdere uitvoering te geven aan het treasurybeleid.

Kredietrisico
Vanboeijen loopt kredietrisico over de vorderingen van die uitstaan op balansdatum. Beheersing van het kredietrisico vindt plaats door een actief debiteurenbeleid. Voor het afdekken van het kredietrisico is een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de debiteuren. De stichting loopt kredietrisico over handels- en overige vorderingen en onderhanden werk voor in totaal € 2,9 mln. Het kredietrisico is voornamelijk geconcentreerd bij het zorgkantoor. De hoogste vordering bedraagt € 1,6 mln. Met deze tegenpartij bestaat een lange relatie. Zij hebben altijd tijdig aan hun betalingsverplichting voldaan.

Rente- en kasstroomrisico
Het beleid van de stichting is om haar financieringen volledig aan te trekken met vastrentende leningen, derhalve loopt de stichting geen renterisico over deze financiering. De stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. De stichting loopt met betrekking tot vastrentende leningen een reële waarde risico.

De stichting loopt renterisico over de rentedragende schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. Het treasurybeleid van de stichting is gericht op het uitsluiten dan wel minimaliseren van risico’s zoals het debiteurenrisico, het renterisico en het financieringsrisico. Het renterisico is beperkt tot de opgenomen leningen. Stichting Vanboeijen heeft 12 langlopende leningen bij de Rabobank, BNG bank, NWB bank en Nationale Nederlanden van totaal € 21,5 mln. De interest van de leningen lopen uiteen van 0,01% tot 6,45% per jaar. In paragraaf 4.5.5. is een overzicht opgenomen van alle langlopende leningen met bijbehorende interestpercentages.

Liquiditeitsrisico
De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.

Mitigerende maatregelen
Er is een treasurystatuut waarin de beheersmaatregelen zijn verwoord, namelijk:

  • het tijdelijk uitlenen van overtollige liquide middelen aan derden vereist een besluit van de RvB.
  • voor het uitzetten van overtollige liquiditeiten wordt slechts zaken gedaan met banken of instituties die beschikken over een A-plusrating in producten die beschikken over een hoofdsomgarantie.
  • overtollige liquiditeiten worden gespreid over meerdere partijen.
  • de debiteurenpositie wordt nauwgezet gevolgd en bij overschrijding van de betalingstermijn worden passende incassomaatregelen genomen.

Toelichting op de reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

Als gevolg van materiële controles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van materiële controles zijn vooralsnog onzeker, maar de inschatting is dat het financieel effect hiervan beperkt is. Vanboeijen heeft op basis van een risicoanalyse een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hieruit voortvloeiende risico's en verplichtingen. Daarbij is rekening gehouden met uitkomsten van interne en externe controles.

Waarborgfonds voor de zorgsector
De zorginstelling heeft in het kader van het WfZ-deelnemerschap een obligoverplichting richting het WfZ. Dit houdt in dat indien het eigen vermogen van het WfZ onvoldoende zou blijken om aan de garantieverplichtingen te voldoen en WfZ wordt aangesproken op zijn garantieverplichtingen, WfZ een beroep kan doen op financiële hulp van de deelnemers. Deze hulp wordt in dat geval geboden in de vorm van renteloze leningen aan het WfZ. De omvang van het obligo bedraagt maximaal 3% van de restantschuld van de geborgde leningen van de deelnemer. De omvang van dit obligo bedraagt ultimo 2023 € 0,5 mln.

Kredietfaciliteit
Ten behoeve van werkkapitaal heeft Vanboeijen een kredietfaciliteit bij de Rabobank. Dit betreft werkkapitaalfaciliteit tot wederopzegging, in de vorm van een rekening-courantfaciliteit. De kredietlimiet bedraagt € 4 mln. en staat ter vrije beschikking.

4.5.3 Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operationele leasing. De operationele leasing bestaat uit huurverplichtingen en verplichtingen inzake lease-auto's. De operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

Lease en huur                  
                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 2.968
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 7.622
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 2.992
                  13.582

Het bedrag van huur- en leasebetalingen dat is verwerkt als last in 2023, bedraagt € 3,15 mln. (2022: € 3,16 mln.). 

Er zijn langlopende verplichtingen met enkele leveranciers aangegaan. De verplichting bedraagt:

Overige verplichtingen                  
                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 6.259
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 7.148
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 0
                  13.407

Onzekerheden opbrengstverantwoording
Als gevolg van materiële nacontroles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van eventuele materiële nacontroles zijn vooralsnog onzeker en daarom zijn er hiervoor geen verplichtingen opgenomen in de balans.

4.5.4 Mutatieoverzicht vaste activa

Mutatieoverzicht materiele vaste activa

    1)   2)   3)   4)   5)   Totaal
bedragen x € 1.000                        
                         
Aanschafwaarde   72.002   15.052   10.747   2.804   254   100.858
Cumulatieve afschrijvingen   -31.184   -8.757   -5.431   0   0   -45.372
Boekwaarde per 1 januari 2023   40.817   6.296   5.316   2.804   254   55.487
                         
Investeringen in lopende jaar                        
Investeringen   0   0   1.079   3.928   0   5.007
Afschrijvingen   -3.042   -1.109   -1.685   0   0   -5.836
Bijzondere waardervermindering   0   0   0   0   0   0
Overige mutaties   4.099   1.181   55   -5.335   0   0
                         
Terugname geheel afgeschreven activa                        
Aanschafwaarde   -3.189   -134   -383   0   0   -3.705
Cumulatieve afschrijvingen   3.189   134   383   0   0   3.705
                         
Desinvesteringen                        
Aanschafwaarde   0   -17   -38   0   0   -55
Cumulatieve afschrijvingen   0   5   22   0   0   28
Mutaties in boekwaarde 2023   1.058   60   -566   -1.408   0   -856
                         
Aanschafwaarde   72.912   16.082   11.461   1.396   254   102.106
Cumulatieve afschrijvingen   -31.037   -9.727   -6.710   0   0   -47.473
Boekwaarde per 31 december 2023   41.875   6.356   4.751   1.396   254   54.632
Afschrijvingspercentage 2023   0% -12,5%   6,67 - 20%   10% - 33,3%   0%   0%    
1) Bedrijfsgebouwen en terreinen
2) Installaties
3) Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting
4) Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
5) Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa

4.5.5 Overzicht langlopende schulden

Overzicht langlopende schulden ultimo 2023

Leninggever Afsluit-datum Hoofdsom Looptijd Soort lening Zekerheden Rente Restschuld 31-12-2022
bedragen x € 1.000   jaren     %
               
BNG bank 16/01/2006  728   19  Banklening Borging WfZ 6,45% 77
BNG bank 19/08/2010  6.747   23  Banklening Borging WfZ 1,76% 2.933
BNG bank 25/07/2011  680   17  Banklening Borging WfZ 2,50% 240
BNG bank 12/12/2011  3.006   27  Banklening Borging WfZ 1,42% 1.702
BNG bank 30/11/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,74% 3.600
Goldman Sachs Asset Management 12/12/2011  6.293   25  Banklening Borging WfZ 3,91% 3.524
Goldman Sachs Asset Management 08/07/2013  3.700   20  Banklening Borging WfZ 2,87% 2.035
Goldman Sachs Asset Management 26/01/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,37% 3.600
NWB bank 16/09/2010  3.233   19  Banklening Borging WfZ 0,01% 1.021
Rabobank 31/12/2018  2.320   10  Banklening geen 2,70% 1.920
Rabobank 31/12/2018  1.280   10  Banklening geen 2,70% 880
Totaal   37.987         21.532
               
Leninggever Nieuw in 2023 Aflossing 2023 Restschuld 31-12-2023 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd Wijze aflossing Aflossing 2024
  jaren  
               
BNG bank 0 38 39 0 1 lineair 38
BNG bank 0 293 2.640 1.173 9 lineair 293
BNG bank 0 40 200 0 5 lineair 40
BNG bank 0 113 1.588 1.021 14 lineair 113
BNG bank 0 200 3.400 2.400 17 lineair 200
Goldman Sachs Asset Management 0 252 3.272 2.013 13 lineair 252
Goldman Sachs Asset Management 0 185 1.850 925 10 lineair 185
Goldman Sachs Asset Management 0 200 3.400 2.400 17 lineair 200
NWB bank 0 170 851 0 5 lineair 170
Rabobank 0 320 1.600 0 5 variabel 320
Rabobank 0 0 880 0 5 variabel 0
Totaal 0 1.812 19.719 9.932     1.812
               
               

4.6 Toelichting op de winst- en verliesrekening

4.6.1 Bedrijfsopbrengsten

9. Opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
Wet langdurige zorg        
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten WLZ-zorg    109.832     98.850 
Compensatie Covid-19      4.535 
Subtotaal    109.832     103.385 
         
Zorgverzekeringswet        
Opbrengsten zorgverzekeringswet    8     2 
Subtotaal    8     2 
         
Subsidie op grond van een regeling als bedoeld in de Kaderwet VWS-subsidies of door het Zorginstituut op grond van de Wet langdurig zorg        
Rijkssubsidies van het Ministerie van VWS    495     500 
Subsidie corona banen    -11     207 
Vergoeding innovatie kwaliteitsverpleegkundigen    397     397 
Overige subsidies    189     73 
Subtotaal    1.070     1.177 
         
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg        
Beschikbaarheidsbijdragen medische vervolgopleidingen    99     86 
Subtotaal    99     86 
         
Opbrengsten uit onderaanneming        
Zorgprestaties tussen instellingen    150     174 
Subtotaal    150     174 
         
Totaal opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening    111.159     104.824 

De Rijkssubsidies betreffen het Stagefonds (€ 200.000) en Praktijkleren (€ 295.000). 

10. Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
Jeugdwet        
Gemeente Assen   2    8 
Gemeente Tynaarlo   4    3 
Gemeente Noord Midden Drenthe   0    2 
Gemeente Hardenberg   0    20 
Totaal opbrengsten Jeugdwet   6    33 
         
Wet maatschappelijke ondersteuning        
Gemeente Assen   94   165
Gemeente Noord Midden Drenthe   11   5
Gemeente Hoogeveen   31   34
Totaal opbrengsten beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten   136   204
         
Persoonsgebonden budgetten    2.426     2.364 
Eigen bijdragen cliënten    243     189 
Overige zorgprestaties    674     569 
Subtotaal    3.343     3.122 
         
Totaal overige opbrengsten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening    3.485     3.358 

De opbrengsten vanuit de Wmo zijn gedaald, omdat Vanboeijen geen afspraken beschermd wonen heeft gemaakt. 

11. Overige bedrijfsopbrengsten

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Opbrengst werk & dagbesteding   309    320 
Overige opbrengsten   425    552 
         
Totaal overige opbrengsten   734    872 

De overige opbrengsten betreffen onder meer de verhuur van ruimten € 162.000 (2022: € 142.000).

4.6.2 Lasten

12. Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Personeel niet in loondienst   11.047    10.329 
Kosten uitbesteding onderaannemers   179    191 
         
Totaal kosten uitbesteed werk en andere externe kosten   11.226    10.520 

13. Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Lonen en salarissen   60.273    55.406 
Sociale lasten   10.272    9.422 
Pensioenpremies   5.096    4.872 
         
Totaal lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten   75.641    69.700 
         
Gemiddeld aantal personeelsleden in FTE's in boekjaar (excl. stagiaires)   1.228    1.197 

Conform het onderhandelingsresultaat van de CAO 2023-2024 is tweemaal een salarisverhoging van 3% (september en december 2023) doorgevoerd. Naast de bestaande afspraak van 3,2% in mei van de CAO 2023 leidt dit tot hogere kosten ten opzichte van 2022. 

15. Afschrijvingen vaste activa

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Afschrijvingslasten materiële vaste activa   5.836    5.578 
         
Totaal afschrijvingen   5.836    5.578 

16. Overige bedrijfskosten

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten   6.733    6.043 
Patiënt- en bewonersgebonden kosten   2.430    2.399 
Andere personeelskosten   2.961    2.486 
Algemene kosten   5.060    4.372 
         
Onderhoud en energiekosten:        
- Onderhoud   2.774    2.208 
- Energiekosten gas   1.440    555 
- Energiekosten stroom   1.646    531 
- Energie overig   75    173 
Subtotaal   5.935    3.467 
         
Huur en leasing   2.117    2.232 
Dotatie en vrijval voorzieningen   -96    505 
         
Totaal overige bedrijfskosten   25.141    21.504 

De overige bedrijfskosten van 2023 bevatten een stijging in de energiekosten vanwege de afloop van het contract in 2022.

17. Rentelasten en soortgelijke kosten

De specificatie is als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Rentelasten langlopende leningen   467    567 
Overige rentelasten   5    - 
Rentebaten rekening courant   0    - 
         
Totaal financiële baten en lasten   472    567 

4.6.3 Overig

Honoraria accountant

De honoraria van accountants zijn als volgt:   2023   2022
    € 1.000   € 1.000
         
Controle van de jaarrekening (incl. nacalculatie)   170    204 
Overige controlewerkzaamheden (w.o. regeling AO/IC)   18    30 
Fiscale advisering   0  
Niet-controlediensten (w.o. IT audit, WOZ)   18    16 
         
Totaal honoraria accountant   206    250 

De honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en inclusief btw, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag. De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders die in het kader van de WNT verantwoord worden, is op de volgende bladzijde opgenomen.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum bekend welke ingrijpende financiële gevolgen hebben voor de stichting en voor verwerking of toelichting in de jaarrekening 2023 in aanmerking komen.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De bezoldigingsklasse is door de RvT vastgesteld op klasse IV. De bezoldiging van de leden van de RvB (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2023 is als volgt:

  Y. Tewelde J. Dusseljee
Functiegegevens Voorzitter RvB Lid RvB
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 185.808 179.655
Beloningen betaalbaar op termijn 15.092 15.095
Subtotaal 200.900 194.750
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 205.000 205.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
Totale bezoldiging 2023 200.900 194.750
     
Gegevens 2022    
Aanvang en einde functievervulling in 2022 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
     
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 175.599 165.655
Beloningen betaalbaar op termijn 13.451 13.445
Subtotaal 189.050 179.100
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 199.000 199.000
Totale bezoldiging 2022 189.050 179.100
     
Vergoeding van onkosten 2023    
Onkostenvergoedingen, waaronder verzekeringen 1.971 1.958
Binnenlandse en buitenlandse reiskosten 0 0
Opleidingskosten en lidmaatschappen 984 1.457
Representatiekosten en overige kosten 131 161
  3.086 3.577

De onkostenvergoedingen betreffen vergoedingen met een betaaldatum in boekjaar 2023.

De bezoldiging van de leden van de RvT over het jaar 2023 is als volgt:

  J.S. Reinders E.H.J. Uitentuis H.F. Schoep J. Schaart L. Kater E.J. Finnema
Functiegegevens voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 30/4 1/1 - 30/4 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 30/4 1/1 - 31/12
Bezoldiging            
Totale bezoldiging 2023 (excl. btw) 7.517 4.783 14.350 14.350 4.783 14.350
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 10.110 6.740 20.500 20.500 6.740 20.500
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0 0 0 0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
             
Gegevens 2022            
Aanvang en einde functievervulling in 2022 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Totale bezoldiging 2022 (excl. btw) 23.160 15.920 15.920 15.920 15.920 15.920
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 29.850 19.900 19.900 19.900 19.900 19.900
Wijzigingen per 1 mei 2023: L. Kater E. van Reijmersdal B.N. Goeree      
Functiegegevens voorzitter RvT lid RvT lid RvT      
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/5 - 31/12 1/5 - 31/12 1/5 - 31/12      
Bezoldiging            
Totale bezoldiging 2023 (excl. btw) 15.033  9.567   9.567       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.640  13.760   13.760       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0      
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.      
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.      

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De raad van bestuur van Stichting Vanboeijen, statutair gevestigd te Assen, heeft de jaarrekening 2023 vastgesteld. De raad van toezicht van de Stichting Vanboeijen heeft de jaarrekening 2023 goedgekeurd in de vergadering van 17 april 2024.

Bestuurders en toezichthouders, Assen 8 mei 2024        
         
         
         
         
         
         
Y. Tewelde MScBA     J. Dusseljee RA  
Voorzitter raad van bestuur     Lid raad van bestuur  
         
         
         
         
         
         
Drs. J. Schaart MHA     Drs. H.F. Schoep MMC CMC  
Voorzitter raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         
         
         
         
         
         
Prof. dr. E.J. Finnema     ir. B.N. Goeree RC  
Lid raad van toezicht     Lid raad van toezicht  
         
         
         
         
         
         
E. van Reijmersdal - Pelgröm MA        
Lid raad van toezicht        
Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report